|
1900
13 juli. Juanita
Fernández Solar wordt geboren in Santiago (Chili)
als dochter van don Miguel Fernández Jaraquemada
en dona Lucia Solar Armstrong.
15 juli. Gedoopt
in de St. Annakerk in Santiago.
1906
Juanita gaat naar
de school van de zusters van Theresia in Santiago,
waar zij leert lezen. Zij heeft een sterk verlangen
haar eerste communie te doen, maar men vindt haar
te jong.
Sinds haar jeugd
verblijft Juanita vaak bij haar familie in Chacabuco,
een landgoed in bezit van haar grootvader don Eulogio,
40 mijl ten noorden van Santiago. Later verricht zij
daar veel apostolaatwerk onder de boeren en hun familie's.
1907
Juanita gaat als
dagleerlinge naar de H. Hartschool in Santiago.
13 mei. Haar grootvader
don Eulogio Solar Quiroga, overlijdt.
Juanita's moeder
erft een groot deel van het landgoed, dat dan beheerd
wordt door Juanita's vader. Ongelukkiger wijze brengt
slecht beheer de familie in toenemende mate in financiële
problemen en wordt Chacabuco in 1917 verkocht.
Lucho, een broer
van Juanita, leert haar de rozenkrans bidden. Juanita
belooft die elke dag te zullen bidden, en houdt deze
belofte tot aan haar dood (behalve één
keer in haar jeugd toen zij het vergat).
Juanita biecht voor
de eerste keer.
1909
22 oktober. Juanita
ontvangt het H. Sacrament van het vormsel.
1910
11 september. Juanita
doet haar eerste Communie, een gebeurtenis die ze
voor de rest van haar leven zal koesteren.
12 oktober. Geboorte
van Ignacio, Juanita's jongste broer.
1914
Juanita leest de
Geschiedenis van een ziel van Theresia van
Lisieux.
In december, ondergaat
zij een operatie wegens blindedarmontsteking, waardoor
zij erg lijdt.
Juanita hoort voor
de eerste keer de roep van God om karmelietes te worden.
1915
Juanita gaat naar
de kostschool bij de H. Hartschool in Santiago samen
met haar zus Rebeca.
Juanita begint haar
dagboek te schrijven.
8 december. Juanita
legt voor de eerste keer een wereldlijke gelofte van
kuisheid af. "Ik beloof geen andere bruid te
zullen hebben dan mijn Heer Jezus Christus, die ik
met heel mijn hart bemin en die ik verlang te dienen
tot aan het einde van mijn leven".
1917
3 januari. Zij offert
haar leven aan God om haar broer Lucho te redden van
zijn religieuze twijfels. De Heer neemt haar offer
niet aan, maar verzekert haar dat haar verzoek later
ingewilligd zal worden.
15 juni. Zij ontvangt
de medaille van "Kind van Maria".
Het Chacabuco landgoed
wordt verkocht wegens financiële problemen. Juanita's
familie moet van huis veranderen in Santiago en de
uitgaven drastisch verlagen.
Juli. Juanita leest
Elisabeth van de Drie-éénheid.
Augustus. Zij legt
een levensbiecht af en krijgt de verzekering dat zij
nooit enige doodzonde gedaan heeft.
5 september. Zij
schrijft voor de eerste keer naar de Karmel van Los
Andes en meldt daarin haar intens verlangen om Karmelietes
te worden. Zij vraagt God om sterkte om de moeilijkheden
te overkomen bij haar intrede in de Karmel:haar slechte
gezondheid, het gebrek aan begrip van de kant van
haar familie en de financiële problemen, waardoor
het verkrijgen van haar bruidschat moeilijk wordt.
December: Op school
krijgt zij veel prijzen.
1918
Juanita brengt de
zomer door in Algarrobo aan de kust van de pacifistische
oceaan. Zij begint een parochiekoor en onderwijst
de katechismus.
12 augustus. Juanita
verlaat de H. Hartschool en gaat terug naar haar familie
om de plaats in te nemen van haar oudere zuster Lucita,
die pas getrouwd is en om haar moeder te helpen. Zij
wijdt zich totaal aan het dienen van haar familie.
7 september. Zij
schrijft naar de Karmel van Los Andes om toegelaten
te worden en krijgt een positief antwoord.
Zij leest De
weg van volmaaktheid van Teresa van Avila.
Zij helpt in parochiemissiewerk
in Cunaco op het landgoed van haar neven Valdés
Ossa. Op zekere dag ziet één van de
missiepriesters haar alleen in de kapel in extase
voor het tabernakel.
Zij lijdt vanwege
twijfel betreffende haar roeping. Moet zij karmelietes
worden of Zuster van het H. Hart?
1919
11 januari. Vergezeld
van haar moeder bezoekt Juanita de Karmel van Los
Andes. Haar twijfels verdwijnen en ze wordt bevestigd
in haar roeping als Karmelietes.
25 maart. Juanita
schrijft haar vader en vraagt om toestemming voor
intrede in de Karmel.
6 april. Diep bewogen
geeft don Miguel haar zijn toestemming.
April. Juanita bereidt
zich voor op de intrede in de Karmel. Hoewel zij blij
is haar roeping te verwezenlijken, lijdt zij diep
omdat zij haar familie gaat verlaten waarvan zij zoveel
houdt en die zij-zoals ze zegt-nooit zou verlaten
voor een man.
7 mei. Juanita treedt
in de Karmel van Los Andes en krijgt de naam Teresa
de Jesus (zuster Teresa van Jezus) . Ondanks het verdriet
vanwege de scheiding van haar familie, wordt haar
ziel overspoeld door vrede en geluk.
Teresa volgt de
regel van de Karmel met nederigheid en liefde. Zij
biedt zich aan voor het nederigste en onaangenaamste
werk.
De brieven door
Teresa vanuit de Karmel geschreven stralen geluk uit
en brengen veel van haar vriendinnen er toe een leven
als religieuze te beginnen.
14 oktober. Teresa
ontvangt het habijt van de Karmel en begint haar noviciaat.
Teresa heeft een
sterke geestelijke band met de priorin maar lijdt
onder onbegrip en correcties van de kant van de novicenmeesteres
(die de priorin helpt bij het leiding geven van de
novicen).
Verschillende geestelijke
beproevingen:verlokkingen door de duivel, dorheid
bij het inwendige gebed. Teresa gaat door met zichzelf
aan Christus te geven, in grote trouw aan de regel
van de Karmel.
1920
Vroeg in maart zegt
Teresa tegen Pater Avertano, de biechtvader van de
kloostergemeenschap, ervan overtuigd te zijn binnen
een maand te sterven. De biechtvader gelooft haar
niet en antwoordt dat iedere karmelietes klaar moet
zijn elk ogenblik te kunnen sterven. Zij moet alleen
maar de regel opvolgen.
1 april. Witte Donderdag.
Teresa begint haar kruisweg, Christus volgend. Zij
brengt bijna de hele dag door in de kapel.
2 april. Goede Vrijdag.
Zij neemt deel aan de liturgie. De novicenmeesteres
ziet dat zij hoge koorts heeft en zegt haar naar bed
te gaan.
3 april. Teresa
lijdt verschrikkelijk.
5 april. Zij vraagt
om te mogen biechten en om te communie te gaan. Zij
ondergaat vreselijke aanvechtingen van wanhoop. De
duivel probeert haar te overtuigen dat God haar heeft
verworpen wegens ontrouw.
6 april. Dona Lucia,
Teresia's moeder, komt aan in de Karmel van Los Andes.
Zij brengt een toestemming schriftelijk mee van de
Pauselijke Nuntius om het slot te verlaten en naar
een goed ziekenhuis in Santiago te gaan. De priorin
antwoordt dat Teresa dit niet zou accepteren: als
zij buiten het slot zou sterven, zou dit beschouwd
worden alsof zij de Orde had verlaten, hetgeen ondragelijk
zou zijn voor haar. Dona Lucia begrijpt dat God haar
vraagt haar dochter aan Hem te offeren.
7 april. Teresa
legt haar gelofte af "in articulo mortis".
De diagnose van de artsen is tyfus in vergevorderde
staat. Teresa ontvangt voor de laatste keer de H.
Communie.
12 april. Teresa
overlijdt om 19.15 uur.
14 april. Begrafenis
van Teresa. Tot ieders verbazing liep de kapel vol
met mensen uit de Andes, die zeiden gekomen te zijn
om de kleine heilige te zien, die pas uit liefde was
gestorven, terwijl zij Teresa niet kenden toen zij
leefde. Daarom volgt de roem van heiligheid van Teresa
onmiddellijk.
23 november. Rebeca,
een zuster van Teresa treedt in, in de Karmel van
Los Andes. Zij heeft begrepen dat God haar uitnodigde
de plaats in te nemen van haar zuster. Zij krijgt
de naam Teresa del Divino Corazón (Teresa van
het Goddelijk Hart) . Zij zal sterven op 31 december.
1942 met een reputatie van heiligheid.
1947
20 maart. Het begin
van een diocesaan proces ten behoeve van Teresa's
zaligverklaring. Dit proces gaat duren tot 1971en
zal, overeenkomstig een verzoek van de H. Stoel, gevolgd
worden door aanvullende informatie.
1984
Overlijden van Lucho
(Luis Fernández Solar), de laatste nog levende
broer van Teresa.
1986
22 maart. Paus Johannes.
Paulus II tekent het besluit waarin erkend wordt dat
Teresa de Los Andes de evangelische deugden op heldhaftige
manier beoefende. Teresa kan nu eerbiedwaardig genoemd
worden.
1987
3 april. Zaligverklaring
van Teresa de Los Andes door Paus Johannes Paulus
II, tijdens zijn apostolische reis naar Chili. Teresa
is de eerste Chileense die tot de eer der altaren
is verheven. In Auco (dichtbij de Andes) wordt een
schrijn gebouwd voor de tombe van Teresa. Bij de schrijn
komen ook nieuwe gebouwen voor de Karmelietessen.
Building in Auco
(near Los Andes) of a shrine to receive the tomb of
Teresa. New buidings for the Carmelite monastery are
also built near the shrine.
1993
21 maart. Paus Johannes
Paulus II verklaart Teresa de Los Andes heilig in
de St. Pieter in Rome.
|